Is de antivetpil Alli veilig?

08/02/10 - 10u00
Ik las dat je de Alli-antivetpil nu ook zonder doktersvoorschrift kan krijgen. Maar is dat echt een veilige methode als je veel kilo's moet afvallen? Nadia

Alli® (Orlistat 60 mg) is de minder gedoseerde variant van Xenical® (Orlistat 120 mg). Dit laatste is een medicijn dat artsen voorschrijven in combinatie met een dieet aan (zwaar) obese mensen. Meerdere heel betrouwbare studies hebben aangetoond dat Xenical®, onder medisch toezicht, deze mensen helpt te vermageren en helpt om het gewichtsverlies te behouden. Dit gebeurt doordat Orlistat in het maag-darmkanaal enzymen blokkeert die vetten verteren. Die worden niet in het lichaam opgeslagen en verlaten onveranderd het lichaam. Zo helpt het gewicht te verliezen.

Sinds kort is Orlistat 60 mg (Alli®) vrij te verkrijgen bij de apotheek. Het middel bevat dus dezelfde stof als Xenical®, maar in de helft van de dosis, en verhindert dat 25% van het vet uit het voedsel wordt geabsorbeerd. Maar je moet niet denken dat je allerlei vette voeding mag blijven eten en dat die dankzij dit pilletje in het spijsverteringskanaal worden geneutraliseerd. Zo werkt het niet! Om efficiënt te zijn en nevenwerkingen te reduceren, moet de inname van het middel gepaard gaan met een vet- en caloriearm dieet.

De meest frequente en onaangename neveneffecten zijn winderigheid en een plotselinge en platte stoelgang met krampen. Hoe meer vetten in de voeding, des te groter de bijverschijnselen. Het resultaat is afhankelijk van hoe je omgaat met vetten in jouw voedsel. Als je een vetarm dieet volgt, zal je geen of weinig extra gewicht verliezen met Alli®. Mensen die niet omzien naar de hoeveelheid vetten die ze eten, hebben meer baat bij het middel, maar zullen de verloren kilo's even snel weer zien verschijnen omdat zij geen moeite doen om hun dieet aan te passen. En dat is juist essentieel! Alli® kan wel een ruggensteun bieden aan diegenen die er een vetarm dieet op nahouden.

Het gevaar van Alli® schuilt in het onverantwoord gebruik ervan. In theorie is Alli® enkel geschikt voor volwassenen ouder dan 18 jaar met een BMI van minstens 28. Het middel is dus niet geschikt voor mensen die enkele extra feest- of vakantiekilo's willen verliezen. Ook wordt gevreesd voor misbruik door jongeren of mensen met eetstoornissen.

Apothekers hebben de belangrijke rol de BMI van hun klanten te controleren alvorens ze Alli® verkopen. Maar omdat het te koop is via het internet, zal dat niemand tegenhouden. Nog een bewijs dat Alli® niet ongevaarlijk is: aan de bijsluiter zijn in december 2009 een aantal bijwerkingen toegevoegd, vooral belangrijk voor patiënten met een nieraandoening of wie bloedverdunners neemt.

Als je de 'afslankpil' wil gebruiken, is het dus ten zeerste aangeraden om eerst je arts te raadplegen om te zien of je hiervoor in aanmerking komt en om een degelijke medische begeleiding met aangepast dieet en beweging te voorzien.


Stoppen met roken

Ik wil echt stoppen met roken. Kan ik dat doen onder medische begeleiding? Nancy


Professionele rookstopbegeleiding vergroot je kansen om effectief te stoppen met roken. Zowel artsen (huisartsen en specialisten) als erkende tabakologen (psychologen of gezondheidswerkers met specifieke opleiding) kunnen rookstopbegeleiding geven.

Kauwgoms, inhalers, pleisters en andere kunnen helpen bij de lichamelijke afhankelijkheid van nicotine. In combinatie met psychologische begeleiding en motivering geeft dit de beste resultaten.

In vele ziekenhuizen kan je terecht voor een gepersonaliseerd rookstopprogramma. Je ziet er een longspecialist die eventueel een longradiografie doet, de functie van jouw longen meet en zo nodig hulpmiddelen voorschrijft. Een psycholoog zorgt voor de begeleiding en ondersteuning. Sommige ziekenfondsen komen tussen in de kosten.

Op http://www.vrgt.be/tabakspreventie kan je erkende tabakologen in jouw buurt opzoeken.


Mijn buik is 's avonds altijd zo opgezwollen

Naar de avond toe krijg ik altijd zo'n last van een gespannen, gezwollen buik. Moet ik me zorgen beginnen te maken. Kan ik daar iets tegen doen? Wat is de oorzaak daarvan? Mathilde


Heel wat mensen, hoofdzakelijk vrouwen, hebben op het einde van de dag een gezwollen buik. Dit is voor sommigen ongemakkelijk, maar je hoeft echt niet in paniek te slaan, het is volledig te wijten aan onze levenswijze. Velen oefenen een zittende job uit.

Door gebrek aan beweging, worden ook de darmen minder actief met opstapeling van gassen en eventueel constipatie tot gevolg. Probeer wat meer te bewegen. Sta eens op om even de benen te strekken en neem eerder de trap dan de lift.

Besteed ook meer aandacht aan de inhoud en de kwaliteit van je maaltijden. Neem 's morgens je tijd voor een rustig ontbijt, daarbij komt de vertering na een nachtje rusten stilaan op gang. Eet groenten en fruit, deze bevorderen door hun waterinhoud de darmtransit. Door groenten te koken, komen er minder gassen vrij in de darmen. Vezelrijke producten gaan het water in de darmen absorberen en zorgen voor een grotere bulk darmafval dat sneller geëlimineerd zal worden.

Mijn tips? Ruil wit brood voor volkoren brood. Let op de vetten die je eet; vermijd sauzen, bereide schotels, gefrituurde snacks enzovoort, want de verzadigde vetten die erin verwerkt zitten, vertragen het voedseltransport in de darmen. Drink 1 à 1,5 liter water of kruidenthee per dag, laat zoete dranken links liggen.

Door onze gejaagde manier van leven happen we ook meer lucht in, wat de buik doet opzwellen. Schud de stress van je af en zorg voor voldoende ontspanning. Ga dus regelmatig sporten, of doe aan relaxatie. En kruip op tijd tussen de lakens, zodat je optimaal aan een nieuwe dag kan beginnen.


Eerste hulp bij eerste tandjes

Aan wat herken ik dat mijn baby tandjes krijgt? Wat kan ik doen om de pijn te verlichten en hoe verzorg ik ze? Annelies


De allereerste tandjes van een baby verschijnen tussen 5 en 9 maanden. Meestal komen eerst de onderste snijtandjes door, gevolgd door de bovenste. Zolang ze maar voor het tweede jaar doorkomen, hoef je je niet ongerust te maken.

Tandjes krijgen kan gepaard gaan met huilbuien. Op die manier geeft je baby te kennen dat hij/zij pijn ervaart. Eens de top van de tand doorgekomen is, verdwijnt de druk op het tandvlees en dus ook de pijn. Een verminderde eetlust, slecht slapen, kwijlen en vaak bijten op handjes of speeltjes zijn andere tekenen dat een tandje zijn intrede doet. Het drukken van een tand geeft op zich geen koorts, maar doordat het kindje vaak onrustig is, kan een lichte temperatuursverhoging tot 38 °C optreden. Let wel op dat er niets anders aan de hand is. Als je baby aanhoudend koorts heeft, raadpleeg je best jouw arts. Doe dat ook wanneer het tandvlees dat rond de doorkomende tand spant erg rood is en er ontstoken uitziet.

Door met je vinger over het tandvlees te wrijven, kan je gemakkelijk het doorkomende tandje voelen. Met de vinger op die plaats masseren kan de pijn verlichten. De baby laten bijten op een bijtring of rammelaar kan ook enige opluchting bezorgen. Bij de apotheker kan je ook tandgel of druppels krijgen die je met een wattenstaafje op de pijnlijke plek aanbrengt. Bij ernstige pijn, kan je een zetpilletje paracetamol toedienen. Overleg altijd eerst met jouw arts of apotheker.

Vanaf het eerste tandje is tandhygiëne belangrijk om tandplak en cariës te vermijden. Tot de leeftijd van twee jaar poets je dagelijks iedere avond. Als je in het begin wat aarzelt om een tandenborstel te gebruiken, kan je met een vochtig gaasje de tandjes en het tandvlees schoonvegen. Anders poets je met een tandenborstel en fluoridehoudende peutertandpasta. Die bevat maximaal 500 ppm of 0,05% fluoride, dit wordt altijd vermeld op de verpakking. Bijkomende fluortabletjes zijn dan niet nodig. Fluoride voorkomt tandbederf. Poets altijd tandjes en tandvlees, zodat je kindje het gewoon wordt dat het hele gebit wordt gepoetst.

Wegens het risico op zuigflescariës mag je niet te lang wachten met het aanleren van het drinken uit een beker in plaats van uit de fles. Een flesje zet aan tot voortdurend drinken met kleine slokjes. Op die manier krijgen de tanden nooit rust en kunnen ze net herstellen. Je leert je kindje best vanaf 6 à 8 maanden uit een beker drinken. Een zoete fopspeen met honing of een gezoet nachtflesje voor het slapen is niet aan te raden voor het babygebit. Vóór het einde van het eerste levensjaar is het aangeraden om met je spruit voor het eerst op consultatie te gaan bij de tandarts. Van drie tot vijf jaar is er om de zes maanden een bezoek aan de tandarts nodig, nadien elk jaar, tenminste bij een goede mond- en tandgezondheid!


Triest en somber

Ik ben soms erg neerslachtig, waaraan kan dat liggen? Marielis

Iedereen is wel eens triest, lusteloos en neerslachtig. Het is een normale reactie op tegenslagen of moeilijkheden in het leven. Zo'n sombere bui is tijdelijk en klaart vanzelf op na enkele dagen of weken.

Maar als je een aanhoudende neerslachtigheid vertoont en minder goed kan functioneren, dan kan er sprake zijn van een depressie. De grens tussen neerslachtigheid en depressie is vaag en de ene kan heel geleidelijk in de andere overgaan. Als de neerslachtige stemming na enkele weken niet overgaat of regelmatig terugkomt, raadpleeg je best jouw huisarts. Hij zal een luisterend oor bieden en je helpen jouw tegenslagen in een nieuw perspectief te zien.

Praten helpt. Als je niet terecht kan bij familie of vrienden, dan kan je via Tele-Onthaal (op het gratis nummer 106) anoniem jouw problemen bespreekbaar maken.


Zit suikerziekte in de familie?

Is suikerziekte erfelijk en kan je je daar tegen wapenen? Katrien


Genetische aanleg - het hoeft niet noodzakelijk erfelijke aanleg te zijn - kan een rol spelen, maar spelen nog een heleboel andere factoren mee. Het voornaamste kenmerk van de ziekte is een onvoldoende productie van insuline door bepaalde cellen van de pancreas of alvleesklier. Glucose, de voornaamste brandstof en energieleverancier, geraakt onder andere dankzij insuline in de cellen. Zonder of met een tekort aan insuline wordt er onvoldoende glucose opgenomen met ernstige gevolgen voor de organen. De suikerspiegel in het bloed is dan te hoog.

Er bestaan twee soorten diabetes, type 1 en type 2. Bij type 2 diabetes maakt de alvleesklier te weinig insuline aan en zijn de weefsels minder gevoelig voor insuline. Dit type werd vroeger ook verkeerdelijk 'ouderdomsdiabetes' genoemd. Bij type 1 diabetes (vroeger 'jeugddiabetes' genoemd) maakt de alvleesklier helemaal geen insuline aan. Type 1 is enigszins erfelijk, maar we weten nu dat erfelijkheid alleen geen verklaring biedt. Zowel voor type 1 als type 2 spelen verschillende factoren een rol in het ontstaan. Ze liggen in de sfeer van voeding en virussen, in combinatie met genetische aanleg (maar die hoeft niet noodzakelijk erfelijk te zijn). Bovendien kennen we ze nog niet allemaal.

Vrouwen die tijdens de zwangerschap diabetes hebben doorgemaakt, hebben een groter risico om op latere leeftijd diabetes te krijgen. Overgewicht is een belangrijke factor die tot de ontwikkeling van diabetes bijdraagt.

Omdat nog niet alle factoren bekend zijn, is het niet mogelijk om diabetes voor 100% te voorkomen. Dankzij een gezonde levensstijl kan je het risico wel sterk verminderen. Op de website http://www.diabetesfonds.nl/artikel/diabetes-risicotest kan je jouw risico berekenen. Het is een risicoberekening, het biedt dus geen zekerheid!

Door Nathalie Petit
Uit Nina 147, 6 februari 2010
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Laat van je horen!

Deel je mening met alle NINA-lezeressen

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />
    Aan het laden...
    acap enabled reprocopy Mediargus Metriweb