09/05/11 - 10u00
Aantal keren zijn naam op Google ingetikt afgelopen middag: 7 (563 hits). Aantal keren mail gecheckt: 13. Aantal keren op Facebook naar een bericht gespeurd: 4. Aantal minuten dromerig voor mij uitgestaard: 35 (ruwe schatting). Nee, echt goed voor de concentratie is het niet, zo'n prille verliefdheid. Ik had het kunnen weten. Zucht.Ik weet eigenlijk ook al niet meer hoe ik thuisgeraakt ben, na die lunch met een kus als afsluiter. Ik herinner me geen files, zelfs geen andere wegbestuurders: alleen ik en mijn dromen. En mijn dwaze weddenschappen, in de trant van: als ik hier het kruispunt over kan, voor het licht op rood springt, zie ik hem gauw weer. En verdomd, het duurde heel lang voor het rood werd.
Vergeet het weerzien: wanneer zou ik nog eens iets van hem horen? Zou hij eigenlijk nog iets van zich laten horen? Het is vreemd om bij jezelf dat soort kwetsbaarheid weer te ervaren, en ik weet niet of ik dat wel zo prettig vind. Binnen een veilige, vaste relatie raak je snel aan een aantal zekerheden gewend.
Toch heb ik in de loop der jaren wel degelijk iets bijgeleerd. Ik kwel mezelf niet langer met voorstellingen van zijn huiselijke leven, of door me af te vragen hoe en met wie hij zijn vrije tijd doorbrengt. Hij heeft zijn leven, ik het mijne. En samen delen we, ja, wat eigenlijk?
«Kan je niet proberen een beetje ervan te genieten?», vroeg hij, die middag in de auto. «Alsof we heel even weer zeventien zijn?» Misschien was het voor hem alleen een vrolijk intermezzo dat hij allang weer is vergeten, denk ik.
Dan gaat mijn gsm, en zijn naam verschijnt op het scherm. Of ik de speech even wil lezen die hij geschreven heeft, vraagt hij. Mijn stem trilt als ik antwoord. In de mail die ik hem stuur, wik ik mijn woorden zorgvuldig, en ik ben blij als hij antwoordt dat hij de feedback waardeert. Een enkele keer zie ik hem op tv, en mijn hart maakt een sprongetje. Het is fijn om vanuit de verte met hem mee te leven. Soms fantaseer ik erover hoe het zou zijn om met hem te vrijen. Alleen al van de herinnering aan zijn zachte handen word ik warm.
Maar dan? «Seks verandert alles», zingt De Mens. «Dat is waar», zei ik ooit bij wijze van seksuele opvoeding tegen mijn zoon, toen we samen dit liedje hoorden. «Als je eenmaal met iemand naar bed bent geweest, is niks nog hetzelfde. Het is echt een grens die je oversteekt».
Als we elkaar blijven zien, steken we vroeg of laat die grens over, daar moet ik niet flauw over doen. Een stuk van mij wil niks liever. Maar hoe moet het daarna verder tussen ons? Hij heeft al gezegd dat hij nooit thuis weg gaat, en ik wil mijn liefste niet kwijt. Wil ik dat, weer zo'n stiekeme affaire? Kan ik dat wel? O, wat te doen, wat te doen?
Uit Nina 200, 7 mei 2011










