25/04/11 - 10u00
Als ik mijn buik intrek, en tijdelijk even ophoud met ademen, kan de rits van de jeans dicht. Weifelend kijk ik de winkeljuffrouw aan, maar die geeft professioneel geen krimp en vraagt alleen vriendelijk of ze een maatje groter moet halen. Mijn gewone maat dus, maar dat weet zij niet.Elk voorjaar opnieuw speelt zich hetzelfde scenario af. Vanuit een op niets gestoeld optimisme probeer ik bij het passen van een nieuw kledingstuk opeens een maatje kleiner. Waarom ik er gemakshalve maar van uitga dat ik een hele kledingmaat zou afgevallen zijn, blijft mij ook na al die tijd een raadsel. Er is immers weer een winter voorbij, waarin ik met stoofpotten en warme chocolade de kou heb bestreden, waarin ik met versgebakken wafels de winterblues probeerde uit te drijven, waarin fonkelende rode wijn de duisternis verjoeg. Een winter die ik, ondanks alle verstandige adviezen grotendeels binnenshuis heb doorgebracht, zittend of, erger nog, onderuit gezakt. Dus waarom zou ik dan in vredesnaam kilo's kwijtgeraakt zijn? Eigenlijk is het al een hele prestatie dat ik niet aangekomen ben.
De wens is de vader van de gedachte, neem ik gemakshalve aan, maar helaas: ik ben niet zo slank als ik denk, zie ik in de spiegel. Nu heb ik de keuze tussen twee opties, weet ik uit ervaring. Ofwel kies ik voor het vooruitgangsdenken. Binnenkort val ik toch wel af, houd ik mezelf dan voor, want in de zomer lukt dat makkelijker met al die slaatjes, verse groenten en fruit, en als het mooi weer wordt, ga ik sneller fietsen, wandelen, zwemmen. Je zal eens zien hoe gauw ik in dat maatje kleiner pas. In het andere geval ga ik voor de meer berustende versie: comfort is belangrijker dan sexappeal, en ik kan toch niet een hele dag mijn adem inhouden? Wie mijn garderobe overschouwt, kan moeiteloos een tweedeling vaststellen: bijna elk kledingstuk is in één van de twee buien en maten aangeschaft.
«Je hebt best een leuke poep in die jeans»,zegt mijn liefste, compleet onwetend van mijn innerlijke strijd, en dat geeft de doorslag. Het is het moment nog niet om te berusten. Over pakweg twintig jaar zal ik vormeloze tenten dragen, en jeans met elastiek, en ongegeneerd de hele dag door taartjes eten als ik daar zin in heb. Maar nu even nog niet.
Uit Nina 198, 23 april 2011










