07/06/10 - 10u00
In iedere vrouw - prinses of niet - schuilt er een. Bij de één beter verborgen - onder make-up, mantelpakjes, zorgrimpels of protocol - maar ze is er altijd. Het meisje dat, onbevangen, kinderlijk blij kan zijn, maar ook dwars en stampvoetend koppig. Het meisje dat haar tong uitsteekt als haar iets niet bevalt, of in onbedaarlijk giechelen uitbarst. Het meisje dat erover fantaseert om, dwars in het grote bed, de hele nacht films te bekijken en pralines te eten; of om in een cabrio, haren wapperend in de wind, naar het zuiden van Frankrijk te rijden. Het meisje in de volwassen vrouw dat durft te dromen en af en toe iets geks doet, maar ook zo onzeker kan zijn dat ze nauwelijks kan ademhalen.De eerste keer dat ik het meisje in prinses Mathilde zag, was bij de officiële aankondiging van haar verloving, in dat simpele blauwe jasje op die bleke pantalon. In het frisse, ongekunstelde van haar verschijning, de lichte aarzeling ook. De tweede keer was op het bal voor de verloving, stralend in een blauwe feestjurk met decolleté, de haren opgestoken in een elegante wrong. Dit was weer een ander meisje, dat wegdanst in de armen van haar prins, en wéét dat ze de belle van het bal is en daarvan geniet. Hier heeft ze van gedroomd, hier dromen alle meisjes van: dat liefde zo zou zijn, een feest, met lichtjes, mensen en muziek en zijzelf als stralend middelpunt.
En nadien verdween het meisje een beetje achter de prinses, die heel erg haar best deed om onder alle omstandigheden perfect te zijn, en vooral niet uit de toon te vallen. Achter soms wat tuttige kleren, stijve gebaartjes en een soms wat geforceerde glimlach.
En nog later verdween het meisje achter de moeder. Moeders en meisjes hebben het soms moeilijk met elkaar, omdat het verantwoordelijkheidsgevoel waar moeders in grossieren, een remis voor de onbezorgdheid van meisjes. Dromen over een trip met een cabrio wordt een stuk minder aanlokkelijk als je eerst moet piekeren waar je zolang je kroost onderbrengt.
En toch is het van levensbelang dat we het meisje blijven koesteren. Ze is onze spontaniteit, onze levenskracht, onze jeugd. Daarom doet het me plezier dat ik de jongste tijd weer vaker een glimp opvang van het meisje Mathilde. Zonder dat ze daarvoor aan haar plichtsgevoel verzaakt. Ik zie het in de hand die ze voor haar mond houdt om een glimlach te verbergen als er ergens bij een officiële ontvangst iets fout gaat. In de half plagende, half kokette blik die ze prins Filip af en toe toewerpt. In het ongegeneerde plezier dat ze vindt in het contact met kinderen, of het nu de hare zijn of Braziliaanse krullenbollen, en het geeft niet dat ze vlekken krijgt op haar jasje. In de onschuldige ijdelheid als ze weet dat ze er mooi uitziet.
Ik heb een theorie dat vrouwen gelukkiger zijn naarmate ze het meisje in zich de ruimte geven. Ik durf te vermoeden dat prinses Mathilde gelukkig is.
Uit Nina 164, 5 juni 2010










