03/05/10 - 10u00
Er is één iets wat mannen absoluut niet kunnen, dacht ik jarenlang. Nee. Laat me het anders formuleren. Eén van de vele dingen die mannen niet of slecht kunnen, is troosten. Zo zag ik dat tenminste decennialang.Ging ik met mijn vriendje naar een droevige film waarbij op het einde de tranen over mijn wangen rolden, dan sloeg hij niet meteen zijn armen om me heen voor een troostende knuffel; nee, de sukkel in kwestie verschoof wat ongemakkelijk en vroeg of ik een ijsje wilde.
Eén van mijn prille aanbidders was zelfs zo gegeneerd door mijn gesnotter dat hij enkele meters voor mij uit de filmzaal uit liep, liever dan zich te compromitteren door het gezelschap van een huilebalk.
Ook bij leed dat zich niet op het witte doek, maar in de realiteit afspeelde, lieten de mannen in mijn leven zich niet meteen van hun beste kant zien. Waar vriendinnen zich onverwijld rond mijn bed/sofa/keukentafel verzamelden, en moeiteloos de juiste woorden vonden, kregen de mannen iets verschrikts, alsof een beroep werd gedaan op faculteiten die ze in de verste verte niet bezaten. Vaak sloegen ze dan ook op de vlucht.
Meer dan eens werd mijn frustratie over hun onvermogen of onwil nog groter dan het voorafgaande verdriet. Zágen ze nou niet dat ik behoefte had aan een knuffel, een warme kruik, een glas wijn? Vóélden ze niet dat ze de televisie beter konden uitzetten, liever niet zwijgend achter hun computer moesten kruipen? Wisten ze écht niet wat ze moesten zeggen opdat ik me wat beter zou voelen, en waarom wisten mijn vriendinnen dat wel?
Ziedend van woede en teleurstelling zag ik de hopeloze heren der schepping aan, die bij zoveel emotie pas écht helemaal dichtklapten of onbereikbaar werden. Een zeer onbevredigend scenario voor beide partijen.
Ergens, ooit, is er een kentering gekomen. Geen aha- erlebnis, nee, veeleer het vage besef dat ik mezelf veel ellende zou besparen als ik niet langer troost bleef zoeken waar hij blijkbaar toch niet te halen viel. Tenminste, niet in de woorden en gebaren die mijn vriendinnen zo vanzelfsprekend tevoorschijn toverden. Maar troost komt ook in andere vormen, heb ik ontdekt.
Nu mijn vader gestorven is, heeft mijn liefste een hele zonnige zondagmiddag besteed aan het inscannen van oude foto's voor de crematie. Mijn ex heeft spontaan het gras gemaaid, een karwei dat hij verafschuwt en waartoe hij anders met geen stokken te bewegen is. En mijn zoon? Als ik 's avonds laat nog thee voor hem zet - geen haar op zijn hoofd denkt eraan dat voor mij te doen - zegt hij helemaal vanzelf: 'Drink ook een kopje, mama'. En af en toe krijg ik een vage aai over mijn hoofd.
Uit Nina 159, 30 april 2010










