26/04/10 - 10u00
Ben ik een wuft wicht, een leeghoofdige troela of, nog erger, ronduit een slecht mens omdat ik ook in tijden van groot verdriet, rampspoed en onheil toch nog met de grootste precisie mascara probeer aan te brengen? Met in mijn opgeheven arm de mascararoller staart mijn spiegelbeeld mij onderzoekend aan.Je hebt vrouwen die in dergelijke omstandigheden onmiddellijk alle ijdelheid laten varen, en zelfs geen fractie van een seconde meer aan uiterlijkheden willen spenderen. Andere blijven met een soort routineuze vasthoudendheid rouge en lippenstift smeren, en geen van beide opties zegt iets over de grootte van het verdriet.
Van nature vertoon ik eigenlijk meer de neiging om me te laten verslonzen. Toen ik nog zo jong was dat een gebroken hart de enige reden voor tranen vormde, zag ik er bijvoorbeeld geen graten in om met een trui vol vlekken buiten te komen, of één keer zelfs met twee verschillende schoenen aan. Het was, behalve een uiting van diepe wanhoop, ook een soort statement, een kreet van: donder op, iedereen. Het kan me niet schelen wat jullie ervan denken, zo groot is mijn ellende dat niks er nog toe doet.
Met de jaren is dat veranderd, misschien omdat een meisje met twee verschillende schoenen aan nog vertederend is, maar een vrouw van middelbare leeftijd dreigt er dan algauw belachelijk uit te zien, of nog erger.
En dus smeer en borstel ik maar naarstig, tot het gezicht in de spiegel er weer presentabel uitziet. Mascara als wapen, of overlevingsstrategie. Waar andere beproefden hun toevlucht zoeken in meditatie, marathons lopen of muziek, geloof ik vurig in de weldaad van boeken, en de heilzame werking van zachtgeurende, romige crèmes, helende massages, voetzoolreflexologie en make-up. Elk vleugje lippenstift houdt de chaos op afstand, vormt een barrière tussen mij en de afgrond.
Elke keer als ik, met behulp van blusher en concealer er min of meer in slaag de ergste sporen van tranen en slapeloze nachten weg te wissen, en enigszins toonbaar buitenkom, is dat een overwinning en oorlogsverklaring tegelijk. Een oorlogsverklaring in de aard van: mij krijgen ze niet klein. Met mij hoeft niemand medelijden te hebben. Het leven gaat verder, ondanks alles, en daar hoort mascara bij.
Uit Nina 158, 24 april 2010










