01/02/10 - 10u00
«En, hoe vind je het?», vraagt mijn liefste - veeleer werktuiglijk dan oprecht geïnteresseerd - als hij uit het pashokje komt. Er is behoorlijk wat overredingskracht van mijnentwege nodig geweest om hem in dat hokje te krijgen, want diep in zijn hart leeft de overtuiging dat je kleren best kan blijven dragen tot ze in flarden van je lijf vallen. De zin van een onderneming als deze - een strooptocht naar modieuze outfits tegen soldenprijzen - ontgaat hem volledig, maar hij heeft er zich allang bij neergelegd dat een relatie een kwestie van geven en nemen is.Een beetje verstrooid kijk ik op van tussen de rekken waar ik naar een bijpassende trui zocht, en houd dan even mijn adem in. In mijn blikveld staat een lange, slanke man met brede schouders en smal middel in een trendy paars hemdje. Het gezicht daarboven, met stoppelbaardje en grote blauwe ogen, maakt het helemaal af. Wát een hunk, denk ik, alleen die poep had wat voller gemogen. Het duurt zeker een paar seconden voor ik mijn liefste herken.
Wanneer ben ik eigenlijk opgehouden met écht naar hem te kijken, vraag ik me af? Een beetje schuldbewust herinner ik me hoe ik vroeger, toen hij zich in de slaapkamer uitkleedde, altijd vanuit bed geïnteresseerd bleef toekijken, terwijl ik nu vaker in mijn boek durf blijven te lezen. Niet uit onverschilligheid, nee, ik zou het veeleer gewenning noemen. Zelfs schoonheid wordt blijkbaar banaal als je er elke dag mee geconfronteerd wordt.
Wat je vaak ziet, wordt vanzelfsprekend, een deel van het decor. En eerlijk is eerlijk: hij draagt ook niet elke dag een trendy hemd, maar durft zijn fraaie frame te verstoppen in zo'n ronduit onflatteuze maar praktische fleece.
«Mijnheer heeft echt een mannequinmaat», kirt de verkoopster die er is bij komen staan. Zo kan ie ook wel weer, mompel ik binnensmonds. Zij ziet hem niet als hij 's avonds afgepeigerd thuiskomt van het werk, het gezicht bleek en weggetrokken. Benieuwd of ze hem dan nog zo verleidelijk zou vinden, denk ik een beetje wraakzuchtig.
«Hoe staat het me nu eigenlijk?»,herhaalt hij een beetje ongeduldig, en ik antwoord dat ik hem dat vanavond wel zal laten weten. Aan zijn gezicht zie ik dat hij me niet begrijpt. «Ik vind dat je er fantastisch uitziet», zeg ik. «Hoe fantastisch laat ik je vanavond wel zien», en dit keer heeft hij het door. «Móéten we tot vanavond wachten?», vraagt hij, en verdwijnt dan snel weer in het pashokje.
Uit Nina 146, 30 januari 2010










