Kerstboom
Zet ik dit jaar een kerstboom, of niet? Toegegeven, echt een existentiële vraag is het niet, maar wel één die mij onverwacht in beslag neemt. Twintig jaar lang heb ik daar nooit over getwijfeld: een kerstboom was een evidentie. Hij hoorde bij de winter, net als laarzen, sjaals, hutsepot en geurkaarsen. En bij mijn zoon.
Een van zijn eerste foto's toont hem zittend onder zo'n boom, vol verwondering blikkend naar de glinsterende ornamenten boven zijn hoofd. Het jaar daarop stáát hij, en je ziet dat hij het moeilijk vindt om zijn grijpgrage handjes in bedwang te houden. Elk daaropvolgend jaar wordt de afstand tussen de top van de boom en zijn hoofd kleiner, maar zijn gezicht vertoont altijd dezelfde vreugde.
Hij vond het allemaal fantastisch, herinner ik mij een beetje weemoedig: vooral het kerststalletje en de lichtjes. Huppelend aan mijn hand ging hij mee naar de winkel om daar de grootste boom uit te kiezen, en écht geslaagd was onze aankoop pas als hij een heel stuk uit de kofferbak stak. Pas de laatste vijf, zes jaar, kon het hem allemaal maar matig meer boeien, en ik kan het hem nu niet vragen of er één moet komen, want hij is er niet.
Hoeveel dingen doet een mens in zijn leven min of meer gedachteloos, 'voor de kinderen', vraag ik mij af? Van altijd dat ene merk in de supermarkt omdat ze het andere niet lusten, tot onveranderlijk met vakantie naar die camping in Frankrijk, omdat ze het daar zo leuk vinden? Al die jaren die ze bij ons wonen, leven we onwillekeurig op hun ritme. We staan op als zij naar school moeten, regelen ons werk in overeenstemming met hun schoolvakanties. De mijlpalen die je elk jaar opnieuw viert - verjaardagen, Sinterklaas, kerst, Pasen - vier je toch in de eerste plaats voor hen, zodat ik, na twintig jaar, plots op mezelf teruggeworpen word. To boom or not to boom?
Aan mijn ex hoef ik het niet te vragen: die heeft altijd al een hekel gehad aan de donkere dagen voor en na Kerstmis, én aan de vallende naalden. Mijn liefste is dermate verstrooid dat hij de aan- of afwezigheid ervan nauwelijks zou opmerken, vermoed ik. Ik zal dus zelf de knoop moeten doorhakken.
Ik vind het wel een mooie en zinvolle traditie, kerst, bedenk ik. Vrede voor alle mensen van goede wil, en zo. De geboorte van Jezus? Religieus kun je me niet noemen, maar de geboorte van een profeet met een boodschap van naastenliefde mag van mij feestelijk gevierd worden.
Met boom, ballen en een moment van bezinning. En ook vanuit heidens standpunt heeft zo'n boom wel iets: het eeuwige groen, en het feest van het licht in het diepst van de winter. Bovendien vind ik de hars lekker ruiken, en als ik hem in de tuin plant, kunnen we hem volgend jaar weer gebruiken. En het is niet omdat hier geen kinderen meer rondlopen dat ik niet meer kan genieten van flonkerende ballen en stil en verwonderd zijn over het effect van elektrische kaarsjes als alle andere lichten uit zijn. Dus ja, er komt een kerstboom, en ja, in zekere zin is dat ook een geloofsbelijdenis.
Uit Nina 143, 12 december 2009