Ouder worden
Het modieuze leesbrilletje staat haar supersexy, maar zelf oordeelt ze daar anders over. Ze is bijziend en lenzendraagster, net als ik, maar met het verstrijken der jaren lukt het ons almaar moeilijker om wat dichtbij is te ontcijferen. «Ik vind een bril een vorm van capituleren voor de ouderdom», zegt ze. «Weet je dat ik de helft van de tijd rondloop met maar één lens in? Dat werkt perfect: ik herken wie aan de overkant van de straat loopt, en als ik de krant wil lezen, knijp ik gewoon één oog dicht.»
«Je méént het», zeg ik, terwijl ik het net niet uitproest bovende aquavit die ze hier wel zeer gul schenken. «Ik zal je nog meer vertellen», grijnst ze. «Vriendin S. schuift, als ze iets moet lezen, haar lens gewoon in de ooghoek. Zij valt nog liever dood dan een leesbril te nemen, figuurlijk dan.»
Schaterend neem ik nog een slok. Het is leuk om met een leeftijdsgenote - ze is jonger dan ik - van gedachten te wisselen over ouder worden. «Soms heb ik het gevoel dat ik onzichtbaar ben geworden», zegt ze somber. «Als ik een boetiek binnenstap, bijvoorbeeld. De verkoopster monstert je even, en dan verslapt de aandacht: je bent niet piepjong meer, aan jou is geen eer meer te behalen. Of als je op een feestje bent. Terwijl ik vroeger maar hoefde rond te kijken en te denken: die wil ik, en die, en die.» Mannen kijken nog altijd, wil ik haar zeggen. Dat zag ik daarnet nog op straat. Met de vlugge, keurende blik waarmee de heren der schepping, zo vertelde een Nederlandse schrijver mij ooit, in minder dan een halve seconde het oordeel vellen: is dit een vrouw met wie ik seks zou willen hebben, ja of nee? Maar ik ben het wel met haar eens dat er naast seksisme ook iets als 'ageism' bestaat, het discrimineren op basis vanleeftijd, en we geven gezellig af op het jongensclubje dat Woestijnvis is, en waarover ze onlangs een striemend stukje schreef.
Terwijl de man aan het tafeltje naast ons af en toe geamuseerd opkijkt uit zijn boek over schilder Francis Bacon, discussiëren we over wat we wel en niet zouden laten doen om de sporen van de jaren te wissen. Een ooglidcorrectie zou zij nog wel zien zitten, en ze steekt de draak met mijn geloof in mysterieuze smeersels uit dure potten. «Je kan net zo goed yoghurt op je gezicht uitsmeren», oordeelt ze. «Wat dáár niet allemaal in zit.» De man met boek vraagt wat we willen drinken, en tevreden zien we hoe weer een glaasje aquavit voor ons wordt neergezet. We moeten nergens naartoe, we hebben geen dringende verantwoordelijkheden. Allebei gescheiden, kinderen (bijna) volwassen. Er moet niet worden gekookt, voorgelezen, ingestopt of opgeruimd. De avond is van ons, en alleen van ons.
Als we een hele tijd later afrekenen, nodigt onze buurman ons uit voor een bezoek aan zijn atelier. Hij is Hongaars, zo blijkt, en kunstschilder. Hij geeft ons zijn kaartje en wordt een beetje boos omdat weer zelf geen bij hebben. Hoe moet hij ons terugvinden, zijn blonde en donkere muze? Giechelend als tieners lopen we buiten. We hebben een fijne avond achter de rug, besluiten we. Nooit gedacht dat ouder worden zo leuk kon zijn.
Uit Nina 142, 5 december 2009