Stiekem

23/11/09 - 10u00
De mond van mijn moeder vertrekt even als ik haar vertel dat het vriendinnetje van zoonlief is blijven slapen, maar ze is verstandig genoeg om niets te zeggen.

«Op kot delen ze toch ook een bed», verdedig ik hen en mezelf, want ik wéét wel dat zwijgen goud is, maar laat me toch vaak door zilver verleiden.«Het is een serieuze relatie, niet zomaar een onenightstand, en bovendien: je wil toch geen toestanden zoals in Bretagne, indertijd?»

Ik had zowat de leeftijd van mijn zoon nu, gok ik, of iets jonger. Mijn eerste jaar unief zat er op, en natuurlijk had ik ook een vriendje. Er was geen sprake van dat we samen op reis zouden gaan - zoiets deden fatsoenlijke meisjes in die tijd niet - maar hij mocht wél met mijn ouders en mij mee naar Bretagne.

Eén en ander was duidelijk niet goed voorbereid, denk ik nu, want alle hotels zaten vol. Uiteindelijk belandden we, laat op de avond, in een boerderij waar nog één kamer vrij was: een kale ruimte met daarin twee grote, ouderwetse bedden. Geen sprake van dat ik met mijn lief in één daarvan zou kruipen, en dus mocht mijn vader met hem de lakens delen. Ik zie hem nog, in ouderwetse pyjama en wat ongelukkig kijkend, een plaatsje zoekend naast die voor hem vreemde man, zich geduldig schikkend in de fatsoensnormen van die tijd. Ondertussen had ik wel bedongen dat zowel ik als mijn toenmalig lief aan de naar elkaar toegekeerde kant lagen, zodat we vanuit het bed kuis elkaars handje konden vasthouden. Ik weet niet wie er die nacht slechter geslapen heeft: mijn vader of ik.

Verder op reis bleef de scheiding tussen de geliefden moeilijker te handhaven. Toen we ten slotte een kusthotel vonden, deelden mijn moeder en ik nog wel een kamer, maar de ontsnappingsmogelijkheden waren legio. Ik herinner me tenminste onstuimige vrijpartijen voor het ontbijt, terwijl mijn vader zich bij mijn moeder ging scheren en aankleden, want zo omslachtig was het wel. En we gingen ook verdacht veel wandelen terwijl mijn ouders aan het strand lagen of op het terras zaten. Dan stonden we na vijf minuten aan de receptie om een sleutel te vragen, en verdwenen daarna snel naar boven. Nog hoor ik mijn moeder aan de deur rammelen, terwijl wij, ons giechelen smorend, het hoofd onder de kussens stopten. «Het kan niet anders of ze zijn daarbinnen», zei ze tegen mijn vader, «want de sleutel is weg.» We verstonden niet wat mijn vader als antwoord mompelde.

Ik heb mijn ouders nooit verteld wat we daar allemaal uitspookten, maar twee jaar later mocht ik wel met mijn lief - een ander, ondertussen - naar Denemarken. Alleen. En voor zover ik weet, heeft mijn vader sindsdien nooit meer het bed gedeeld met een vreemde man.

Uit Nina 140, 21 november 2009
mailIcon print | Meer bookmarks |
Aan het laden...

Laat van je horen!

Deel je mening met alle NINA-lezeressen

Aan het laden...
<spring:message code='commonMessages.loading' />
    Aan het laden...
    acap enabled reprocopy Mediargus Metriweb