12/10/10 - 11u30
200 g melk
2 eieren
20 g gist
500 g witte tarwebloem
boter
20 g suiker
10 g zout
200 g grove suiker (korrels)
1 losgeklopt ei, om het brood te bestrijken
fijne parelsuiker, voor de afwerking
Bereidingswijze:
Meng 200 g melk, eieren, gist en bloem tot een deeg. Voeg 80 g boter, suiker en zout toe en kneed tot je een mooi glad deeg bekomt.
Voeg eventueel wat bloem toe als je een vaster deeg wilt hebben - maar hoe slapper het deeg, hoe malser het brood.
Neem 150 g deeg af van het geheel, maak er een bol van en laat wat rijzen.
Kneed ondertussen de grove suiker - die je onder een klontje gesmolten boter hebt gemengd - door het resterende deeg.
Rol de bol deeg zonder suiker uit tot 1 cm dikte en vouw de deeglap over het gesuikerde deeg. Er mag niets meer van het gesuikerde deeg te zien zijn. Laat 30 min. rijzen, bestrijk met wat losgeklopt ei, laat nog eens 15 min. rijzen.
Maak met een scheermesje een cirkel in het deeg, bestrooi met fijne parelsuiker en bak ca. 35 min. in een voorverwarmde oven op 190 °C.
Bestrijk het brood als het uit de oven komt met melk: zo geef je het een vetlaag waardoor het niet snel uitdroogt.










